Groet aan het begin van de vastentijd

 

“Bemin de plaats
waar je God hebt leren kennen
en waar je
door God gekend werd.
Het is ermee
Als de liefde voor de akker
Waarin een schat verborgen ligt.”

Zusters en Broeders,

Misschien heb je er nog nooit bij stil gestaan dat je God ergens hebt leren kennen. Net zoals je ook met mensen ergens voor het eerst kennis maakt. De vastentijd is een goede tijd om terug te gaan naar die plek, waar dat is gebeurd. Misschien is deze kennismaking inderdaad gebonden aan een bepaalde fysieke plek, een plek van een bijzondere ervaring, die je de diepte van het leven deed beseffen. Het kan ook die ruimte binnen in jezelf zijn, die je op een gegeven ogenblik ervoer. De wijze waarop God zich te kennen geeft is heel verschillend, maar altijd te herkennen aan de diepe vreugde die als grondtoon de ervaring van God begeleidt.

Vastentijd als pelgrimage naar de plek waar je God in je leven hebt leren kennen. Het is zeker de inspanning waard om gewoon letterlijk op stap te gaan naar die ene en enige plek die met de ervaring van God verbonden is. Maar meer nog loont het de moeite om in jezelf opnieuw op weg te gaan naar de ervaring zelf. Niet dat je deze ervaring opnieuw kunt ‘produceren’. Dat zou immers betekenen dat je alles in eigen handen hebt en dat is niet het geval. Geloof heeft alles te maken met het jezelf gewonnen kunnen geven en de ervaring van God is enkel mogelijk voor mensen, die bereid zijn zich uit handen te geven. Dat gebeurt in het gebed. Al biddend word je opnieuw naar die ervaring van God geleid. Het gebed is de weg naar die plek van de godontmoeting.

In een biddend leven spelen drie bewegingen door elkaar. De eerste beweging leidt je tot onbevangenheid. In gebed komt alles wat in je leven speelt nog eens voorbij. Het goede zowel als het kwade, het zoete en het zure, het wordt allemaal innerlijk uitgesproken en in gedachten voor God gebracht. Een mens spreekt zich uit in het gebed, al is het stamelend of met weinig woorden. Tevredenheid en dank, maar ook twijfel en wanhoop: het wordt toevertrouwd aan die Bron. Het wordt uitgesproken in het hart en neergelegd voor het gelaat van Hem die Jezus zijn Vader noemde.

De tweede beweging krijgt gestalte in het gemeenschappelijk gebed en in de liturgie. Nu gaat het niet meer om de eigen gedachten en woorden, maar om woorden uit de Schrift. Nu spreken we niet meer, nu luisteren we en leren al luisterend de woorden van de psalmen bijvoorbeeld zelf ook in de mond nemen. Dat gebeuren schept een grote solidariteit. De woorden van toen blijken nog woorden van nu te zijn en de ervaringen van de mensen uit de Bijbel blijken helemaal niet zover af te staan van onze eigen ervaringen. Bovendien ontvangen we in liturgie een teken van leven van de overkant. In het gedenken van Jezus’ liefde, komt deze liefde opnieuw tot leven in de vierende gemeenschap. Met andere woorden: nu komt God ons tegemoet.

In een derde beweging blijft er alleen nog het verwijlen bij God over. Ieder doet dat op zijn eigen wijze. De een vindt een enkel woord, dat telkens maar herhaald wordt in de intimiteit van het hart, de ander steekt een kaarsje aan en vindt complete stilte in het eigen hart. En het kan nog op veel andere manieren. Dat verwijlen is altijd gekleurd door het verlangen, van het uitzien naar, van het wakend verwachten van het Goede dat nog komen zal…Het gebed is de ervaring dat dit wakend uitkijken zin geeft aan ons leven.

Misschien zijn deze regels een aansporing om je nog eens wat intenser op het gebed toe te leggen in deze voorbereidingstijd van Pasen. Want deze ervaring is jullie allen van harte gegund én toegewenst: dat God om je geeft en dat je daarom zelf ook om anderen kunt geven.
Een inspirerende vastentijd toegewenst!

+Joris Vercammen                                                     +Dirk Jan Schoon
aartsbisschop van Utrecht                                          bisschop van Haarlem