Zondag 3 januari 2010 in Haarlem

Toespraak bij de onthulling van het schilderij van Bert Wirix.

 Lieve Christel, Jonatan en Johannes, beste vrienden en vriendinnen,

 Jaap Wijker heeft zojuist al onder woorden gebracht hoe het schilderij van bisschop Bert totstand is gekomen. Nu de jongens het hebben onthuld, kunnen wij allen ons ervan overtuigen of en zo ja in welke mate de schilder geslaagd is in zijn opdracht. Dat is een lastige opdracht, want wie kan een persoon vangen in een afbeelding? Ik beken u, dat ik nu ik het werk heb gezien, een dubbel gevoel heb. Voor zover ik het kan beoordelen is het een goed schilderij geworden, dat getuigt van vakmanschap. Maar aan de andere kant: het vervult me met weemoed omdat het niet de levende Bert is. Dat dubbele gevoel zult u allemaal wel hebben: we zijn dankbaar voor dit schilderij, maar het prent ons tegelijk in hoezeer we Bert missen.

 

Wat zou Bert hier zelf van gevonden hebben? Hij was wars van uiterlijk vertoon, zeker waar het hemzelf betrof. Maar hij had wel degelijk oog voor kunst en voor mooie dingen. We herinneren ons de kaarten die hij ontwierp, voor verjaardagen, voor kerst, voor zijn eigen huwelijk of de geboorte van de jongens. Zijn woning, zowel in Leuven als hier in Haarlem, stond en hing vol met mooie dingen en hij schilderde zelf tot vlak voor zijn dood. Dat alles getuigde van een bewogen persoonlijkheid, die zich liet raken door wat hij zag; hij was zeer begaan met anderen, met name met mensen die het moeilijk hadden.

 

Bert volgde graag het spoor van de oude kerk, een kerk die eigenlijk zeer kritisch stond tegenover de heidense gewoonte om mensen en goden af te beelden. Maar mensen zijn nu eenmaal mensen. Het is niet te voorkómen dat we ons ook in ons geloof een beeld vormen van diegenen die voor ons belangrijk zijn, heiligen, God zelf of onze dierbaren. De kerk heeft daarom het afbeelden van personen of heiligen wel toegestaan, maar altijd met de nodige omzichtigheid.

 

Want in de bijbel gaat het allereerst om het hóren van het Woord van God. Luisteren, dat  staat voorop, en als je dat goed doet, dan volgt het zien. De volgorde is nooit omgekeerd. Waarom? Omdat het oog ons gemakkelijk misleidt. Je denkt dat je met het afbeelden van iets ook de beschikking hebt over het afgebeelde. Zo hebben afbeeldingen van heiligen vaak gewerkt: bij rampen worden ze rondgedragen, mensen steken er kaarsjes bij op – financieel misschien geen onaantrekkelijke zaak, maar vanuit de kritische boodschap van de bijbel altijd dubieus. Het gaat om het hóren van de bijbelse boodschap met het oog op de vragen van déze tijd.

 

De foto waarnaar het schilderij van hemzelf nu is gemaakt, toont bisschop Bert in zo’n luisterende houding. Zo herinneren we ons hem als herder en bestuurder, als mens en vriend. En als hij nou toch in de galerij van Haarlemse bisschoppen vereeuwigd zou moeten worden, dan denk ik dat hij tevreden zou zijn geweest met de manier waarop dat nu is gebeurd: met kunst en kundigheid, bescheiden en bedachtzaam.

 

Ik heb nu als voorzitter van de Bisschopskas de eer om aan Christel, Jonatan en Johannes samen een kopie van het schilderij te overhandigen. De jongens krijgen bovendien een ingelijste versie van de kaart die van het schilderij is gemaakt. Vervolgens bedankt ik graag de schilder Evert Ploeg en Corien Rigter van de Portretwinkel in Haarlem, die met hun kunst en kundigheid dit werk tot stand hebben gebracht. En tenslotte dank ik u allen voor uw aanwezigheid hier in de vesper en bij deze plechtigheid en ik stel voor het glas te heffen op onze kerk, dat ze in het voetspoor van de grote Herder dienstbaar mag zijn aan de verkondiging van het evangelie in woord en daad.

 

 

(foto: Wil Wijker-Vis)